Bij een lensimplantatie wordt er een permanente kunstlens, in uw oog geplaatst, voor uw eigen ooglens. De lens wordt met kleine klipjes vastgemaakt aan de iris, de iris is het gekleurde gedeelte van het oog. De lens hoeft nooit te worden vervangen, maar kan wel worden verwijderd als het nodig is.
Lensimplantatie veiliger dan ooglaseren
Uit een studie is gebleken dat een implantatie van een (nieuwe) lens beter voor de veiligheid van u is dan uw ogen te laten laseren. De correctie van bijziendheid wordt beter gedaan door een implantatie dan door ooglaseren. Uit de studie is gebleken dat de proefpersonen met een implantlens minder kans hebben op verlies van maximaal gezichtsvermogen. De proefpersonen waren meer tevreden, ze gaven de behandeling gemiddeld hogere cijfers dan bij een ooglaserbehandeling. Ook hebben de proefpersonen een contrast dat beter is, dit houdt in dat in de schemer beter gezien kan worden door de proefpersonen.
Uit de studie komt ook als uitkomst dat een implantlens goed overwogen kan worden bij een lage bijziendheid, dit heeft ook goede resultaten op de patiënt.
Blinden kunnen (deels) weer zien
Implantlenzen werken zelfs zo goed dat de universiteit van Tübingen heeft geprobeerd om een microchip bij verschillende blinde mensen in te planten. De onderzoekers hebben verschillende resultaten uit de proef gehad. Bij de eerste 11 mensen, die al in een vergevorderd stadium van blindheid verkeerden, kon het merendeel van de proefpersonen alleen licht en donker onderscheiden. Maar bij mensen die hun zich hebben verloren door een erfelijke aandoening, kregen ze een ander resultaat. Deze mensen kregen de implantatie verder achter het netvlies en het zich verbeterde dag na dag.
In het begin kon een proefpersoon alleen sommige lichtflitsen waarnemen, maar steeds later werd zijn gezichtsvermogen beter. Na enkele dagen kon hij al voorwerpen op tafels waarnemen, lopen zonder hulpmiddelen door een kamer (zonder ergens tegenaan te botsen!) en zelfs allerlei grijstinten waarnemen.
